Wat is een energielabel en hoe wordt het berekend

Nederland kent sinds 2007 het energielabel voor woningen en bedrijven. Maar wat is een energielabel nu precies? In dit artikel leggen we uit wat een energielabel is en vertellen we hoe het label wordt vastgesteld.

Energielabel aanvragen

Wat is een energielabel?

Een energielabel is een label waarin we de energieprestatie van een pand uitdrukken met een letter. De letters lopen van A tot en met G, waarbij G aangeeft dat een pand zeer onzuinig is en een pand met energielabel A zeer energiezuinig. Nieuwbouwwoningen kunnen bovenop de A nog een aantal plusjes verdienen, zodat er ook A+ en zelfs A++++ woningen bestaan. Deze laatste produceren energie in plaats van dat ze energie vragen.

Waarom is het energielabel ingesteld?

Het energielabel is ingevoerd als stimulans om gebouwen te verduurzamen. Kopers en huurders krijgen met het energielabel inzicht in de te verwachten energierekening. Het idee is dat de koop- en huurprijs mede afhangt van het energielabel. Voor eigenaren ontstaat zo een intrinsieke prikkel om hun eigendom te verduurzamen. De koop- of huurprijs kan immers omhoog bij een beter label.

Wanneer heb ik een energielabel nodig?

Elke eigenaar die een huis verkoopt of verhuurd is verplicht om een energielabel te overleggen. Vanaf 2023 is bovendien voor elk kantoor, minimaal een energielabel C verplicht. Deze verplichting geldt altijd. Dus niet alleen bij verkoop of nieuwe verhuur.

NTA8800

Gecertificeerde bedrijven stellen sinds 2021 het energielabel vast aan de hand van de NTA8800. Dit is een aanzienlijke verandering ten opzichte van de methode van voor 2021. Vóór de NTA konden eigenaren min of meer zelf een label vaststellen door een 8-tal benodigde foto’s of documenten te uploaden naar een certificerend bedrijf. Het huidige label werkt met meer dan 150 indicatoren. Een gecertificeerd energie-expert legt een huisbezoek af om deze in kaart te brengen

De NTA8800 bevat meer dan 1200 pagina’s met natuurkundige definities, wiskundige formules en heel veel werkafspraken. Toepassen van de regels vereist de vakkennis van een adviseur die 4 certificaten moet behalen voordat hij het officiële energielabel mag afgeven. Dit label is geen werk dat op een zondag achternamiddag in elkaar is gesleuteld. Het is de Nederlandse vertaling van Europese wetgeving.

Hoe wordt het energielabel berekend

De letter van het energielabel wordt vastgesteld aan de hand van een heel overzichtelijk tabel. Zie de tabel hiernaast. Dat is het makkelijkste deel van het werk.

Ingewikkelder wordt het als we gaan kijken naar de getallen in het rechterdeel van de tabel. Wat zijn dat voor getallen, hoe worden die berekend en wat betekent Pfe?

Laten we met die laatste vraag beginnen. Pfe staat voor Primair Fossiel Energiegebruik. In dit artikel leggen we stap voor stap uit wat dat precies betekent. Voor nu lezen we Pfe even als benodigd energiegebruik van een gebouw. Pfe is de centrale eenheid waarop het energielabel is gebaseerd.

Het getal in het blauwe vlak slaat op de hoeveelheid niet hernieuwbare energie die een huis/pand vraagt, zonder daarbij rekening te houden met het gebruik van het pand. We zetten deze vraag af tegen de grootte van het pand. Daarmee ontstaat een objectieve maat voor energievraag/per gebruiksoppervlakte, oftewel kWh/m2. Ook dit lichten we in dit artikel nader toe.

Energielabel is een objectieve maat

Het meten van energiegebruik is best lastig. Er zijn namelijk twee factoren die het uiteindelijke gebruik van een pand bepalen. Het gaat om de eigenschappen van het gebouw zelf, maar ook om het gedrag van de bewoners/gebruikers. Een weinig gebruikt, slecht geïsoleerd pand, vraagt weinig energie. Maar het pand kan hierdoor natuurlijk geen goed energielabel krijgen. Het volstaat niet om te kijken op de elektriciteits- en gasmeter. Dat is namelijk voor een groot deel afhankelijk van gedrag van de gebruiker.

Bij een objectieve vaststelling van de energieprestatie is de gedragscomponent geëlimineerd. Dat doe je door een standaard af te spreken en bij de vaststelling van het energielabel dus te doen alsof elke gebruiker van het pand zich op deze manier gedraagt. Op basis van dit uitgangspunt is de energiebehoefte van het pand vast te stellen aan de hand de eigenschappen van het pand zelf en niet door het gedrag van haar gebruikers.

De standaard die gehanteerd wordt is om de het pand dag en nacht te verwarmen op 20 graden Celsius. De precieze vaststelling van dit uitgangspunt is niet van belang. Het gaat erom dat iedereen die een energielabel vaststelt, ditzelfde uitgangspunt hanteert, zodat panden goed met elkaar vergeleken kunnen worden.

Energielabel meet het energiegebruik

Verwarming is niet de enige factor die de energievraag bepaalt. Ook de energievraag van de ventilatie, de koeling en het warme tapwater (douche) zijn van belang. Ook hier geldt natuurlijk dat het gebruik is geobjectiveerd aan de hand van een vastgestelde norm.

Het gaat dus om de eigenschappen van de woning. We kijken hierbij naar 5 factoren.

  1. Bouwkundige eigenschappen (isolatie, ligging, afmetingen, type woning)  
  2. Verwarming en koeling
  3. Ventilatie
  4. Warm tapwater
  5. Eventueel duurzaam opgewekte energie (zonnepanelen, zonneboiler)

Bouwkundige eigenschappen

Om de energievraag van een woning vast te stellen is de energiebalans van belang. Hoeveel warmte komt het gebouw binnen, bijvoorbeeld door zonnestraling, en hoeveel warmte gaat er verloren. Met als slotsom: hoeveel energie voegen we per saldo toe aan verwarming of koeling om de temperatuur constant op 20° C te houden.

De energiebalans wordt bepaald door snelheid waarmee warmte naar binnen of naar buiten stroomt. Daarbij zijn de volgende factoren van belang. Wat is de totale oppervlakte van de thermische schil, hoeveel warmte gaat verloren door ventilatie. Met thermische schil bedoelen we het geheel van vloer, dak, ramen, deuren, muren en beglazing. Deze elementen vormen de afscheiding tussen binnen en buiten en hoe beter deze isoleert hoe beter het is voor het label.

Naast het oppervlak is het ook van belang om te weten waar de thermische schil uit bestaat. Maak je muren van beton of van piepschuim. Dat maakt nog wel iets uit. Het ene materiaal geleidt warmte veel beter/sneller dan het andere. Voor isolatie zijn we op zoek naar materiaal dat slecht warmte geleidt en de warmte dus aan één kant van het materiaal kan tegenhouden. De warmte binnen of de hitte buiten.

Lambda-waarde

De Lambda-waarde is de maat van deze warmtegeleidende eigenschap van het materiaal. Van elk materiaal is, in een laboratoriumopstelling, de Lambda-waarde vastgesteld. Hierbij kijken we naar de hoeveelheid energie (uitgedrukt in Watt) die er per seconde door een plaat van één m2 met een dikte van één meter geleid wordt bij een temperatuurverschil aan beide zijden van de plaat van 1 graad Kelvin of Celsius (is dezelfde maat). Elk materiaal heeft een vaste Lambda-waarde. Metaal geleidt warmte bijvoorbeeld goed, gassen een stuk minder. Heeft een materiaal een hoge Lambda-waarde dan geleidt het goed heeft het een lage Lambda-waarde dan geleidt het de warmte heel matig.

De Lambda berekenen we bij een bepaalde dikte, namelijk één meter. De dikte van het materiaal is dus van belang. De hoeveelheid energie die door een halve meter geleid wordt is echt meer dan de hoeveelheid energie die binnen dezelfde tijd door een meter gaat. Het maakt voor isolatie dus ook echt uit of je 5 cm of 10 cm isolatiemateriaal aanbrengt. Stelregel is dat een dubbele dikte twee keer zo goed isoleert. Daarom vind je op een rol isolatiemateriaal meestal geen Lambda-waarde maar de Rd-waarde. Dit is de Lambda-waarde verrekend met de feitelijke dikte van het aangeboden materiaal. Dikte/Lambda = isolatiewaarde Rd. Dus hoe hoger Rd, hoe hoger de isolerende waarde.

Constructie is ook van belang

Dit materiaal wordt vervolgens toegepast in een bepaalde constructie. De feitelijke isolatiewaarde van een schildeel (bijvoorbeeld vloer) wordt dus bepaald door de gehele constructie. Een betonnen vloer met 10 cm PUR  heeft een andere isolatiewaarde dan een houten vloer met 10 cm PUR. Uiteindelijk is het deze constructie die de isolatiewaarde van het schildeel bepaalt. Deze waarde noemen we de Rc-waarde genoemd. Hierbij staat de C voor constructie.

Een energie-expert kan aan de hand van constructie, materiaal type en materiaal dikte de Rc waarde van elk schildeel bepalen. Daarnaast kijkt de adviseur naar de aansluitingen van de verschillende delen. Bij aansluitingen kan veel energie verloren gaan.

close-up werken aan bureau

Alle schildelen bij elkaar

Op basis van de isolatiewaarden van alle schildelen berekenen we de energievraag van een bepaald pand. Als we instoom en de uitstroom weten, kunnen we vaststellen hoeveel energie er nodig is om een constante temperatuur van 20° te handhaven.

Bij dit getal wordt de energievraag opgeteld van de koeling- en de ventilatie-installatie.

Als laatste kijken we naar de warm-tapwater voorziening. Is dit een gasketel of een elektrische boiler of een zonneboiler. De energievraag wordt hier ook vastgesteld aan de hand van de grootte van het pand. Hierbij wordt uitgegaan van een gemiddeld gebruik van een bepaald aantal doucheminuten en een warm tapwater behoefte in de keuken. Hier wordt gewerkt met een gemiddeld gebruik op basis van de grootte van het pand. Hoe groter het pand, des te meer gebruikers, des te hoger de energievraag.

Omrekenen

Gas en elektra zijn de meest gebruikte energiedragers, maar de eenheid van beide dragers is echter verschillend. Gasgebruik stellen we vast in m3 en elektriciteit in kWh. Om alles in één getal te kunnen vatten, rekenen we alles om naar de energetische waarde omgerekend naar kWh.

Primair energie verbruik

Maar we zijn er nog niet. Ook de hoeveelheid energie die nodig is om de energie te produceren en te leveren is van belang. Bij de opwekking van elektriciteit gaat vaak veel energie verloren en de winning van gas is erg efficiënt. Ook daar houden we rekening mee. Als we energie willen besparen, kunnen we beter ook kijken naar de efficiency waarmee het is opgewekt. Zo bekijken we de hele keten en niet alleen de energie die gebruikt is vanaf de voordeur. De efficiency van alle energiedragers is bekend. Zodra we de energievraag verrekenen met de efficiency van de productie dan spreken we primair energie.

Fossiele energie

We willen vooral energie besparen omdat we de CO2 uitstoot willen beperken. Tot nu toe is ervan uitgegaan dat alle energie fossiel is opgewekt. Dat is natuurlijk niet het geval.  Maar we kunnen de energieprestatie van een pand niet afmeten aan een toevallig energiecontract. Maar de opwekking van energie die in het pand zelf plaatsvindt, kunnen we natuurlijk wel toeschrijven aan het pand. Daarom trekken we in Nederland de elektrische energie opgewekt met zonnepanelen af van de totale energievraag.

Waarom oppervlak?

Als laatste kijken we naar de totale energievraag in relatie met de grootte van het pand. Uiteraard verbruikt een groot pand meer energie dan een klein pand. Het zou een beetje raar zijn hier geen rekening mee te houden. Daarom delen we de totale energievraag door het gebruiksoppervlak. Door dit te doen kunnen we de energieprestatie van grote en kleine panden gewoon met elkaar vergelijken. En zo ontstaat uiteindelijk de eenheid en de grootheid van het energielabel.