De verplichte warmtepomp is een goed idee, mits

Het kabinet stelt de hybride warmtepomp vanaf 2026 verplicht bij vervanging van de ketel. Dit voornemen stuit in Tweede Kamer en samenleving op de nodige weerstand. Het kabinet doet er verstandig aan de weerstand tegen de verplichte warmtepomp niet te bagatelliseren, tegenstanders doen er verstandig aan om het idee toch te omarmen.

Door Bert Vink

Hybride warmtepomp is niet verplicht

Eerst even een misverstand wegnemen: de hybride warmtepomp wordt niet verplicht. Wel wordt vanaf 2026 een bepaalde mate van duurzaamheid verplicht voor de verwarming van woningen. In de praktijk betekent dit óf een hybride warmtepomp óf een all-electric warmtepomp óf een aansluiting op een warmtenet. Een zelfstandige Hr-ketel zal niet aan de eisen kunnen voldoen. De verplichting is dus niet om een bepaald apparaat aan te schaffen, maar om aan een minimalen efficiency te halen.

elga warmtepomp

Verplichting in het bouwbesluit


De nieuwe eisen worden vastgelegd in het bouwbesluit. Het bouwbesluit bevat standaarden op velerlei terrein en leiden eigenlijk nooit tot grote problemen. Laat staat tot publiek debat. Waarom is er dan nu ineens zoveel weerstand tegen een aanscherping van de eisen?

Weerstand tegen verplichte warmtepomp


Om dit goed te begrijpen moeten we weten wat een hybride warmtepomp eigenlijk is. Een hybride warmtepomp is geen vervanging van de Hr-ketel, maar een uitbreiding van de Hr-ketel. Iedereen die vanaf 2026 zijn ketel vervangt, moet ineens twee apparaten gaan kopen. Terwijl een huis prima met alleen een Hr-ketel is te verwarmen. Veel mensen zien op tegen de extra kosten van de in hun ogen onnodige en door de overheid opgedrongen warmtepomp. De verplichting is veel consumenten tegen het zere been. “Of ik een warmtepomp wil, maak ik zelf wel uit.”

Klimaat ligt ten grondslag aan voornemen verplichte warmtepomp

Tja, en dat is de vraag. Als we de aarde leefbaar willen houden voor toekomstige generaties, moeten we afscheid nemen van fossiele brandstoffen. Het klimaatpanel van de Verenigde Naties (IPCC) heeft onlangs aangegeven dat we nu en massaal in actie moeten komen. Het is deze onvoldoende gevoelde urgentie bij het publiek die ten grondslag ligt aan het besluit tot ‘verplichting’.

Iedereen die tegen het voornemen van het kabinet is, moet zich afvragen of hij een deel van de oplossing wil zijn (overschakelen op duurzame bronnen) of een deel van het probleem wil blijven (vasthouden aan fossiel). In het licht van de oproep van het IPCC, is het voornemen van het kabinet nog zeer bescheiden te noemen.

Vier harde randvoorwaarden voor succes

Maar juist omdat de energietransitie zo belangrijk is, moeten we ervoor zorgen dat deze voor iedereen goed uitpakt. Dat iedereen de transitie goed doorkomt. Onmogelijke eisen stellen is daarbij niet verstandig. Dat levert alleen maar frustratie op en uiteindelijk gebeurt er dan niets. Want als iets niet kan, dan gebeurt het niet. Net zoals: iets dat niet duurzaam is, zal ooit stoppen. Daarom:

  • een hybride warmtepomp moet haalbaar en betaalbaar zijn
  • het moet een echte reductie van fossiele brandstoffen teweegbrengen
  • warmtelevering moet betrouwbaar blijven
  • en plaatsing van de pomp moet mogelijk zijn.

Het kabinet doet er verstandig aan om aan al deze eisen tegemoet te komen.

Hardheidclausule

Ten eerste: haalbaar en betaalbaar betekent twee dingen. De warmtepomp moet zichzelf terugverdienen en mensen moeten de aanschaf van de pomp kunnen betalen. Het kabinet claimt dat de hybride warmtepomp zich altijd binnen de levensduur terugverdient. Dat is ook onze ervaring. Een warmtepomp verdient zich ruim binnen de levensduur terug. Dit komt mede door de subsidie die de aanschafprijs met 30% verlaagt. De gemiddelde terugverdientijd die wij berekenen voor onze klanten ligt onder de tien jaar. Met de huidige hoge prijzen zelfs nog veel korter.

Desondanks zou het kabinet er verstandig aan doen om elke discussie hierover in de kiem te smoren. Dat kan bijvoorbeeld door het instellen van een individuele hardheidsclausule. Heeft de pomp zich binnen de levensduur niet terugverdiend, dan wordt het resterende bedrag vergoed of bij een lening wordt de restschuld kwijtgescholden. Als we er dan ook voor zorgen dat bij een lening de afbetaling altijd lager is dan de besparing op de energierekening, dan verzeker je mensen ervan dat ze er altijd op vooruit gaan en geen enkel risico lopen. Als de overheid ervan overtuigd is dat de warmtepomp -ook financieel- altijd een goed idee is, dan kan ze deze garanties eigenlijk risicoloos geven. Het zou mooi zijn als de minister met een dergelijk voorstel zou komen.

Ten tweede: een hybride warmtepomp moet het gebruik van fossiele brandstoffen terugbrengen. Dat is altijd het geval. Warmtepompen onttrekken heel veel gratis energie uit de lucht of bodem en halen daarmee rendementen van wel 500%. Een Hr-ketel kan hier nooit tegenop. Ook als de elektriciteit voor de warmtepomp met gas is opgewekt, wint de warmtepomp het met gemak van een Hr-ketel. Natuurlijk kan een hybride warmtepomp het niet in z’n eentje af en zal de gasketel moeten bijspringen. Maar de ervaring leert dat een hybride warmtepomp de gasvraag met ongeveer 60% reduceert. Daarmee is de  hybride warmtepomp eigenlijk niet meer dan een tussenstap op weg naar (aard)gasloos. Alleen als er in de toekomst waterstof of groen gas beschikbaar zou komen, dan dan past de hybride warmtepomp wel in een aardgasloos scenario.

Verzwaring van het elektriciteitsnet

Ten derde: leveringszekerheid. Warmte wordt dus afhankelijk van elektriciteit. De warmtepomp werkt immers op elektra. De vraag is of ons huidige elektriciteitsnet deze nieuwe vraag aan kan. Steeds vaker horen we dat elektriciteitsnet overvol is. Met name op winderige of zeer zonnige dagen als alle zonnepanelen en turbines volop elektriciteit leveren aan het net. Dit is in sommige delen van het land echt wel een probleem. Met name in die gebieden waar van oudsher koeien liepen en nu ineens veel energie wordt opgewekt met zon en wind, zoals in de kop van Noord-Holland bijvoorbeeld. Daar was het net niet op voorbereid. Maar dit is zeker niet het beeld door heel Nederland.

Ondanks dat de elektriciteitsvraag van warmtepompen ook enigszins geconcentreerd gaat plaatsvinden (iedereen komt om 6 uur thuis en zet de verwarming hoger) is het elektriciteitsnet in staat om deze vraag van de warmtepompen aan te kunnen. Zeker als het net de komende jaren verzwaard wordt.  Daarom is het verstandig dat het kabinet heeft gekozen voor een geleidelijke invoer (ook niet onbelangrijk voor de installatiebranche). De stijging naar meer elektriciteit is daarmee ook geleidelijk. Bovendien gaat de verplichting pas in 2026. Deze tussenliggende tijd moet dan wel gebruikt worden voor een stevige verzwaring van het net, zeker in die gebieden waar dat het hardst nodig is. Deze verzwaring zit ook volop in de planning.

Als vierde: Er moet natuurlijk in een huis wel ruimte zijn om de pomp te plaatsen. Ook hiervoor heeft het kabinet een prima oplossing. Kan het echt niet, dan vervalt de verplichting. Simpel en doeltreffend.

Snelheid is cruciaal

Rest ons de laatste vraag: als het, ook financieel gezien, allemaal zo goed uitpakt, waarom dan verplichten? Waarom niet vertrouwen dat het vanzelf gaat? Dat heeft alles te maken met tijd. Door de warmtepomp de facto te verplichten, schept het kabinet helderheid in de markt. Bedrijven kunnen nu volop investeren in nieuwe productiecapaciteit en opleiding van personeel. Zonder de verplichting zou dit vanwege onzekerheid allemaal veel langzamer verlopen. Het bedrijfsleven heeft gevraagd om die duidelijkheid. En het kabinet heeft die nu gegeven.

Deze warmtepomprevolutie is een grote operatie, die in de praktijk ongetwijfeld problemen gaat geven, zeker in individuele gevallen. Die problemen moet het kabinet serieus bekijken en oplossen en niet doen alsof ze niet bestaan. Maar als we serieus werk willen maken van de energietransitie, moet het kabinet problemen oplossen en moeten tegenstanders de oplossing willen omarmen.

Delen via:

Delen via: